Het (her)gebruik van audiovisuele materialen

Audiovisuele archieven organiseren hun collecties van oudsher op gedecontextualiseerde wijze, d.w.z. dat ze zich bij het selecteren, bewaren en beschrijven vooral laten leiden door de wensen van hun gebruikers. In het analoge tijdperk waren de wensen en behoeften van deze gebruikers gevoeglijk bekend, ook al omdat ze zelf naar het archief kwamen. Collecties die online staan zullen meer en vooral andere gebruikers trekken, met nieuwe verwachtingspatronen en nieuwe vaardigheden. Hun zoekgedrag wordt zelfstandiger en creatiever. Er ontstaan nieuwe vormen van hergebruik waarin bestaande documenten en collecties eindeloos worden gecombineerd en gesampled. Ontwikkelingen als social tagging en crowdsourcing maken van de nieuwe gebruikers consument én producent. Het digitale audiovisuele archief wordt zo culturele verzameling, verwijscentrum en multimedia-atelier in één.

Digitale media zijn reproduceerbaar en makkelijk te verspreiden. Eigendom- en copyrightissues vormen dan ook vaak een belemmering voor toegang en gebruik. De kern van het probleem schuilt in de tegenstelling tussen het individuele karakter van het intellectuele eigendomsrecht en het collectieve karakter van het cultureel erfgoed. Met de wetgeving in de hand kunnen eigenaars en producenten een bijna absolute controle uitoefenen op de beschikbaarheid van digitale documenten. Het beschermen van de directe en naburige rechthebbenden is van oudsher een belangrijke taak geweest van een audiovisueel archief. In het digitale tijdperk krijgt deze taak nieuwe dimensies door de invoering van het ‘digital rights management’ (DRM).