Het behoud van audiovisuele materialen

Behoud omvat alle handelingen die nodig zijn voor het verschaffen van blijvende toegang tot audiovisueel materialen. Het gaat hierbij om een efficiënte en veilige omgeving voor langetermijnbewaring met een garantie op maximale integriteit. Ook het maken van businessmodellen, het regelen van juridische aspecten, het documenteren en verwerken van de materialen vallen onder ‘behoud’. In het Angelsaksisch taalgebruik wordt voor deze activiteiten de verzamelterm preservation gebruikt. Conservering verwijst daar meer specifiek naar het implementeren van onderhouds-, beheer- en opslagprocedures.
Materiaal vergaat, ook als het op een perfect uitgebalanceerd manier wordt opgeslagen voor de lange termijn. Veel onderdelen van audiovisuele collecties zijn k in de loop der jaren in meer of mindere mate in verval geraakt. Bij materiaal dat langzaam degenereert, treedt uiteindelijk dat onherstelbare schade op. Het is dan niet meer te restaureren. Conservering van de collectie vertraagt en voorkomt dit proces. Conservering voorkomt dat materialen in kwaliteit achteruitgaan (passieve conservering). Conservering is ook het herstellen van reeds beschadigd materiaal of het overzetten naar een nieuwe drager (actieve conservering). Welke collecties, (deel)verzamelingen of individuele producties met voorrang moeten worden geconserveerd, wordt bepaald door een afweging van de cultuurhistorische waarde, de hergebruikswaarde en de technische staat.
Audiovisuele collecties zullen in de nabije toekomst meer en meer bestaan uit digitale formaten. Digitale dragers hebben hun eigen eisen waar het gaat om conservering en duurzaamheid.