Persistente identifiers : identificatiemechanismes in het digitale tijdperk

Bronnen

Type: 
Auteur: 
Taal: 
Nederlands
Datum: 
Samenvatting: 

Voor verwijzingen op het web is een veelheid aan mechanismes ontwikkeld. Dit artikel schetst kort de vormen van identificatie en lokalisering die gangbaar zijn: URL, URI en URN. Het URL systeem is in gebruik voor het adresseren van webpagina’s. De URI voor het localiseren én het identificeren van objecten op het web. En de URN is bedoeld voor identificatie.

 

Vervolgens komen de voordelen van persistente identifiers (pi’s) aan de orde:

  • het voorkomen van dode links (broken links);
  • het voorkomen van dubbelingen;
  • het kunnen voldoen aan de eisen van digitale preservering doordat een archiefinstelling ieder object in beheer uniek kan identificeren en deze identifiers ook kan onderhouden;
  • versiebeheer van objecten is mogelijk;
  • desgewenst zijn aparte onderdelen van een object ook apart te identificeren met eigen pi’s;
  • pi’s helpen bronvermeldingen eenduidiger te maken.

 

De auteur presenteert vervolgens de meest kenmerkende eigenschappen van de vele soorten systemen die op een bepaalde manier het concept van de pi geïmplementeerd hebben, en hoe de verschillende systemen daar mee omgaan.  

1. Persistentie, d.w.z. het pi-systeem moet ervoor zorgen dat de identifier tenminste zolang persistent is als het object waar het naar verwijst beschikbaar is.  

2. Voor het genereren van identifiers is een mechanisme bedacht dat garandeert dat de identifiers wereldwijd uniek zijn, dat ze centraal worden uitgegeven en dat het systeem schaalbaar is.  

3. Pi’s verwijzen door naar een digitaal object of naar metadata over dat object.  

4. Indien pi’s semantiek bevatten, dan moet het onveranderlijke kenmerken van het object betreffen.

 

Een globaal overzicht maakt de belangrijkste verschillen en overeenkomsten tussen pi-systemen inzichtelijk. Handle en DOI bezitten de meeste van de vier genoemde kenmerken van pi’s. Vervolgens meldt de auteur kort de stand van zaken over pi’s in Europees verband: de projecten DRIVER en Persid en de Europeana Resolution Discovery Service. Met een usecase van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid en het project Clarin-nl, legt de auteur uit hoe pi’s zijn toegepast en hoe gemakkelijk het verhuizen van de videoportal naar een nieuw domein kon worden opgevangen.

 

De auteur sluit af met een uitleg van de verschillen, ook in doelstelling, tussen pi’s en Linked Data. Het ‘Den Haag Persistent Object Identifier – Linked Open Data-manifesto’ vormt een aanzet om de voordelen van beide technieken, namelijk de betrouwbaarheid van gecentraliseerde uitgifte van pi’s met de structuur en de uitwisselbaarheid van Linked Data, optimaal te kunnen benutten door de relatie tussen twee objecten op een gestandaardiseerde manier vast te leggen.

 

Dit artikel werd tevens gepubliceerd in het Handboek Informatiewetenschap (2014) en het Handboek Archiefbeheer (2015) van uitgeverij VakMediaNet.

Beoordeling: 

Inzichtelijk artikel over nut en noodzaak van persistent identifiers voor duurzame toegang oftwel digitale preservering, van belang voor beleids- en ICT-medewerkers die werken aan een trustworthy digital repository (TDR) conform het OAIS model.

Trefwoorden: 
Reviewer: 
Hanneke Smulders
Reviewdatum: 
2014